Stap één bij een veilige wintersport is het kennen van de FIS-regels. Deze wereldwijd geldende voorschriften zijn opgesteld door Fédération Internationale de Ski (FIS) en kun je eigenlijk zien als de 10 geboden voor veiligheid op de piste. Deze regels zijn de belangrijkste maatstaf in het beoordelen van ongelukken. Dit zijn de 10 FIS-regels: houd rekening met anderen: breng anderen niet in gevaar of schade toe. Beheers je snelheid en skistijl: zorg dat je altijd op tijd kan stoppen of uitwijken (ik als beginner moet dus vooral niet te snel van de piste af). Kies het juiste spoor: de van achteren komende skiër moet zijn skispoor zo kiezen dat hij de skiërs voor zich niet in gevaar brengt. Inhalen mag van alle kanten, maar mag de ingehaalde skiër op geen enkele manier belemmeren. Invoegen en verder skiën mag alleen als je dit zonder gevaar voor jezelf en anderen kan doen. Stoppen moet je zoveel mogelijk zien te voorkomen: als je bijvoorbeeld valt, moet je zo snel mogelijk weer opstaan en verder skiën. Klimmen en lopen mag alleen aan de zijkant van de piste. Volg markeringen en tekens altijd op. Bij een ongeval ben je verplicht hulp te verlenen. Je hebt altijd een legitimatieplicht op de piste.