Crunches vs sit-ups: misschien wel de eenvoudigste en oudste buikspieroefening. Het toevoegen van zowel crunches als sit-ups aan je workout is een goede manier om je buikspieren te trainen. De twee oefeningen lijken op elkaar, maar ze zijn verschillend en hebben verschillende voordelen. Sit-ups en crunches worden vaak met elkaar verward. Desondanks zijn er toch duidelijke verschillen tussen beide oefeningen. Crunches zijn over het algemeen populairder onder sporters omdat de bewegingsvrijheid een stuk kleiner is, maar met ongeveer hetzelfde effect als een sit up. Deze oefening wordt vaak niet correct uitgevoerd. Dit vergroot de kans op blessures en zorgt ervoor dat je de buikspieren veel minder goed traint. En dat heeft een negatieve impact op je nek en rug. Omdat sit-ups meerdere spiergroepen belasten kunnen deze oefeningen vrij zwaar zijn voor mensen met bijvoorbeeld rug- of nekklachten. In dat geval zijn deze personen beter af met crunches. Crunches zijn iets minder belastend en zijn doenbaar met kortere bewegingen. Sit-ups daarentegen gebruiken ook andere spieren, namelijk spieren in de borst, rug, nek en heupen, om het lichaam stabiel te houden. De torso wordt immers helemaal naar boven geduwd tot het in lichaam in een zitpositie belandt, terwijl bij de crunch enkel de nek en schouders van de grond komen. Het is daarom logisch dat er bij de sit-up ook andere (meer) spieren betrokken worden. Een veel voorkomende fout bij zowel crunches als sit-ups is om in eerste instantie de heupbuigspieren te gebruiken in plaats van de buikspieren. Dikwijls gebeurd dat wanneer men de schouders te veel of te snel naar omhoog wil brengen. Hierdoor wordt de onderrug echter zwaar belast met alle mogelijke gevolgen van dien. Let daarom steeds op je houding en op een correcte beweging waarbij je je rug niet té bol maakt! Met de reverse lig je op een bankje of op de grond en breng je de benen naar jezelf toe.