Het lijkt voor velen sporters bijna een ritueel: een biertje na het sporten. Of twee. Of drie. De ultieme beloning voor je inspanning, maar draagt het werkelijk bij aan een goed herstel van je lijf? Tijdens het sporten verlies je vocht in de vorm van transpiratie. Na het sporten is het nodig om het vochtverlies weer aan te vullen. Een groot glas bier bevat natuurlijk heel veel vocht, maar óók alcohol. En alcohol heeft juist een vochtafdrijvend effect, zodat je uiteindelijk nóg meer vocht verliest. Alcohol droogt je lichaam uit. Het zorgt ervoor dat je extra veel moet plassen. Je lichaam probeert namelijk de vochtbalans te herstellen. Na flink sporten is je maag leeg. Als je intensief hebt gesport, komt er melkzuur vrij in je spieren. Je spieren verzuren en dat melkzuur moet worden afgebroken door je lichaam. Een deel van het melkzuur wordt door de lever afgebroken. Normaal gesproken verloopt dat allemaal zonder probleem. Maar als je alcohol drinkt, krijgt de afbraak van alcohol altijd voorrang, omdat voor het lichaam alcohol een giftige stof is. Het vertraagt dus het herstelproces van het sporten. Je kans op spierpijn neemt bovendien toe omdat het melkzuur wat minder snel wordt afgebroken doordat je minder vocht in je lichaam hebt. Als je na het sporten in de bar terechtkomt, doe dan eerst twee rondes vochtherstel. In de meeste gevallen is water prima, maar een vochtherstellende sportdrank kan ook. Daarna kun je een biertje drinken. Als je de adviezen van de Gezondheidsraad serieus neemt, hou je het bij één biertje. Want de Raad adviseert om geen alcohol te drinken, of hooguit een glas per dag. Het is beter om na je workout te beginnen met non-alcoholische dranken en een goede maaltijd. Alcohol en sporten zijn een ongelukkige combinatie. Aan de bitterballen na je workout, goed verhaal? Chips na het sporten, goed idee?