Er zijn allerlei theorieën en modellen over agressie. Wat de een agressie noemt, hoeft voor de ander nog geen agressie te zijn. Het ABCD-model is een handig hulpmiddel om te bepalen wat je wel of niet agressie kunt noemen, en wanneer je een situatie nog kunt oplossen of beter kunt weglopen.

  • A-gedrag (ik): klagen, uitzondering vragen – getypeerd wordt als frustratieagressie gericht op zich zelf.
  • B-gedrag (jullie): kritiek op de organisatie – als frustratieagressie op de organisatie of het beleid,
  • C-gedrag (jij): persoonlijk beledigen – als instrumentele agressie.
  • D-gedrag: dreigen, uitschelden, geweld gebruiken – als (be)dreigend en fysiek: bedreiging op persoon, spullen te gooien of de ander aan te raken.

Als ontvanger probeer je te voorkomen dat het gedrag van de ander verschuift van A, naar B, naar D of zelfs naar D gedrag. De ABCD agressieladder helpt je op een eenduidige manier naar agressief gedrag kijken, het bespreekbaar te maken en een plan van aanpak te bepalen. Waarom de BLUS-methode bij het stapsgewijs brengen van slecht nieuws? Kun je met de LSD gesprekstechniek agressie voorkomen? Wat kun je met een stopgesprek? Wat is een ordegesprek? Kan ik agressie in veel gevallen voorkomen met de juiste omgang en houding? Wat is het ‘ik’-model in assertiviteit? Hoe agressief ben jij? Wat is de stoplichtmethode?