Starten met bewegen is niet altijd even makkelijk. Het is goed om je te realiseren dat verandering tijd en energie kost. Je hebt een (chronische) hartaandoening en toch ben je van plan om (weer) te gaan bewegen of sporten. De term ‘hartklachten’ is ruim. Daaronder kunnen allerlei aandoeningen vallen: een hartaanval, lekkende hartklep, vernauwing van de aorta en zo zijn er nog vele varianten. Bij elke diagnose horen specifieke manieren om mee om te gaan. Sporten en bewegen kan dus niet zomaar. Zweten, buiten adem, een snellere hartslag. Allemaal verschijnselen die bij intensieve beweging horen en waar veel mensen niet gek van opkijken. Die verschijnselen gaan immers na een paar minuutjes rustig aan doen vanzelf weg. Maar stel nou dat je een hartafwijking hebt? Dan lijkt een snellere hartslag ineens een stuk minder onschuldig. Hoe zit het dan met sporten? Sporten en bewegen is belangrijk voor je, ook met hartklachten. Baantjes zwemmen, wandelen of fietsen: wat je favoriete bezigheid ook is, we weten allemaal dat het goed is om te bewegen. Waar je voorheen zou horen dat je het met hartfalen vooral rustig aan moest doen, wordt er tegenwoordig benadrukt dat je juist moet bewegen. Door regelmatig te bewegen houd je je motor (lichaam en geest) in een goede conditie. Het verstandig om een sport te kiezen die goed bij je “mogelijk lagere fitheid” past en dat je de sport leuk moet vinden. De juiste sport is dus afhankelijk van een aantal factoren. Niet alleen je eigen voorkeur is belangrijk, maar ook de toestand van je hart maakt veel uit. Kleine kanttekening: het woordje intensief is voor iedereen anders. Welke activiteiten zijn wel of juist niet geschikt? Om die vraag te beantwoord is het wijs om een sportarts te consulteren.