Range of motion (ROM) is een veel voorkomende term in de sportwereld. In het Nederlands gezegd en geschreven ‘bewegingsbereik’ en is een maat voor hoe ver je een ledemaat of gewricht kunt bewegen van het ene naar het andere uiterste. Totdat je niet meer verder kunt. De ROM van een gewricht is individueel verschillend en wordt door verschillende factoren bepaald, waaronder: samenstelling en opbouw van verbindende weefsels als pezen en gewrichtsbanden; bewegingscapaciteit van het gewricht; algehele fitheid, leeftijd en het geslacht; het al dan niet actief of passief bewegen. Zo zijn vrouwen doorgaans flexibeler dan mannen en zijn oudere mensen minder flexibel dan jonge. Ieder gewricht en oefening of beweging heeft zijn eigen ROM. We praten over een volledige ROM (FROM Full Range Of Motion) wanneer een bepaalde spier volledig gestrekt wordt bij een bepaalde sportoefening. Gesproken wordt over een onvolledige ROM wanneer een bepaalde spier niet volledig wordt gestrekt. Een beperkte ROM kan goede sportprestaties in de weg staan en verhoogd ook de kans op het ontstaan van lichamelijke klachten. De anatomie van je spieren, pezen en gewrichten bepalen met name hoever jij een buiging, draaiing of strekking kunt uitoefenen. Daarbij maakt het ook nog uit hoe flexibel jezelf bent. De ene persoon is nu eenmaal wat meer flexibel dan een ander persoon. Rekoefeningen tijdens een warming-up kunnen je ROM ook vergroten. Zo zijn er nog Active range of motion (AROM), Passive Range of motion (PROM) en Active Assisted range of motion (AAROM).